top of page

Benigne Paroxysmale Positioneringsvertigo (BPPV)

Benigne paroxysmale positionele vertigo (BPPV) is een van de meest voorkomende oorzaken van draaiduizeligheid. In de volksmond wordt BPPV vaak omschreven als ‘losliggende kristallen’. Het gaat om een goedaardige aandoening waarbij kleine kalkkristallen (otoconia) in een van de halfcirkelvormige kanalen van het evenwichtsorgaan terechtkomen. Hierdoor ontstaat bij bepaalde hoofdbewegingen een kortdurende, vaak hevige aanval van draaiduizeligheid. De klachten treden typisch op bij bijvoorbeeld omdraaien in bed, gaan liggen of rechtop komen.​

Oorzaak

Iedereen heeft twee evenwichtsorganen, één aan elke zijde van het hoofd. Elk evenwichtsorgaan bestaat uit twee otolietorganen (utriculus en sacculus) en drie halfcirkelvormige kanalen: het posterieure, het horizontale en het anterieure kanaal. In de otolietorganen bevinden zich kleine kalkkristallen, de zogenaamde otoconia. Normaal zijn deze kristallen stevig verankerd in het otolietorgaan. Bij BPPV komen ze los en verplaatsen ze zich naar één van de halfcirkelvormige kanalen. Daarom wordt BPPV ook vaak omschreven als ‘losliggende kristallen’.

​

Wanneer de kristallen zich vrij in een halfcirkelvormig kanaal bevinden en het hoofd van positie verandert, verplaatsen ze zich onder invloed van de zwaartekracht. Hierdoor ontstaat een abnormale prikkeling van het evenwichtsorgaan, wat een kortdurende aanval van draaiduizeligheid veroorzaakt. Tegelijk ontstaat een typische oogbeweging (nystagmus). Aan de hand van deze nystagmus kan de arts tijdens het klinisch onderzoek bepalen welk kanaal is aangedaan en welke vorm van BPPV aanwezig is.

 

Er worden drie vormen van BPPV onderscheiden, afhankelijk van het aangedane kanaal:

  • Posterieur of achterste kanaal: veruit de meest voorkomende vorm (ongeveer 80%)

  • Horizontaal of lateraal kanaal: ongeveer 15–20%

  • Anterieur of voorste kanaal: zeldzaam (ongeveer 1–2%)

​

Een combinatie van meerdere aangedane kanalen is eveneens mogelijk.

​

Bij de meerderheid van de patiënten is niet duidelijk waarom de otoconia loskomen. In dat geval spreken we van idiopathische BPPV, wat betekent dat er geen duidelijke oorzaak kan worden vastgesteld. BPPV komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en de kans neemt toe met de leeftijd. Ook langdurige bedrust en beperkte fysieke activiteitworden in verband gebracht met een verhoogd risico op BPPV.

​

Daarnaast kan BPPV ontstaan na een hoofdtrauma of na een acute unilaterale vestibulopathie (AUVP). De klachten kunnen daarbij pas enige tijd na het trauma of de vestibulaire uitval ontstaan. In de wetenschappelijke literatuur is er nog onduidelijkheid over mogelijke andere factoren die BPPV kunnen uitlokken.

Symptomen

BPPV veroorzaakt kortdurende aanvallen van draaiduizeligheid bij bepaalde hoofdbewegingen. Typische uitlokkende bewegingen zijn gaan liggen, omdraaien in bed, rechtop komen, omhoog kijken of vooroverbuigen. De draaisensatie (rotatoire vertigo) ontstaat meestal kort na de beweging en duurt doorgaans enkele seconden tot minder dan één minuut.

​

De aanvallen kunnen gepaard gaan met misselijkheid en soms met braken. Tussen de aanvallen door kunnen patiënten zich nog wat onzeker of instabiel voelen. Sommigen ervaren ook een meer algemeen gevoel van ijlhoofdigheid of duizeligheid.

​

Bij oudere patiënten staat de typische draaiduizeligheid soms minder op de voorgrond. Zij kunnen zich vooral presenteren met een toegenomen gevoel van instabiliteit. Dit kan mede komen doordat zij bewegingen die de klachten uitlokken, zoals snelle hoofdbewegingen of omdraaien in bed, meer gaan vermijden.

​

Dit vermijdingsgedrag komt ook bij andere patiënten met BPPV voor. Hoewel het tijdelijk kan helpen om de klachten te beperken, kan het leiden tot minder bewegen, met toenemende onzekerheid, nekklachten of spierspanning als gevolg.

Diagnose

De diagnose van BPPV wordt gesteld aan de hand van positietesten, waarbij de patiënt in specifieke houdingen wordt gebracht om de typische duizeligheid en bijbehorende nystagmus uit te lokken. Voor BPPV van het posterieure kanaal wordt voornamelijk het Dix-Hallpike-manoeuvre gebruikt. Voor BPPV van het horizontale kanaal wordt de laterale roltest (supine roll test) uitgevoerd.

​

Bij een positieve test ontstaat een typische positionele nystagmus, waarvan de richting en het verloop informatie geven over het aangedane kanaal en het onderliggende mechanisme. Op basis hiervan kan onderscheid worden gemaakt tussen canalolithiasis, waarbij de otoconia vrij in het halfcirkelvormige kanaal bewegen, en cupulolithiasis, waarbij de otoconia aan de cupula van het kanaal vastzitten.

Behandeling

De behandeling van BPPV bestaat uit een repositiemanoeuvre (ook wel bevrijdingsmanoeuvre genoemd). Met deze manoeuvres worden de losgekomen otoconia uit het halfcirkelvormige kanaal terug naar het otolietorgaan verplaatst. Daar kunnen ze opnieuw hun normale positie innemen.

​

Het meest geschikte manoeuvre hangt af van welk halfcirkelvormig kanaal is aangedaan en van het type BPPV. De behandelaar voert het manoeuvre uit en begeleidt u hierbij.

​

Voor BPPV van het posterieure kanaal worden onder andere het Semont-Plus manoeuvre en het Epley manoeuvre gebruikt.

Bij BPPV van het horizontale kanaal kunnen onder andere het Gufoni manoeuvre en de BBQ-roll (Lempert-manoeuvre) worden toegepast.

​

Een correcte uitvoering van het juiste manoeuvre is belangrijk voor een succesvolle behandeling. Daarom is het aangewezen om de manoeuvres te laten uitvoeren volgens de geldende richtlijnen en, indien nodig, onder begeleiding van een hierin ervaren zorgverlener.

​

Hieronder vindt u een overzicht met video’s van de verschillende repositiemanoeuvres, telkens afgestemd op het aangedane halfcirkelvormige kanaal (AZ Turnhout): ​

​

Verloop

De prognose van BPPV is over het algemeen zeer goed. Meer dan 90% van de patiënten wordt na één of enkele correcte repositiemanoeuvres klachtenvrij. Een controleafspraak wordt meestal na enkele dagen voorzien om het resultaat van de behandeling te evalueren.

​

Na een geslaagd manoeuvre kunnen sommige patiënten nog gedurende enkele uren tot dagen een licht gevoel van duizeligheid, onzekerheid of ‘op wolkjes lopen’ ervaren. Dit wordt ook wel residuele duizeligheid genoemd en neemt doorgaans spontaan af. Het is niet nodig om na een geslaagd repositiemanoeuvre bepaalde houdingen te vermijden of dagelijkse bewegingen te beperken.

​

BPPV kan bij een deel van de patiënten opnieuw optreden. Langetermijnstudies tonen dat ongeveer de helft van de patiënten op termijn een herval kan doormaken, waarbij het risico het grootst is tijdens het eerste jaar. Bij een herval kan doorgaans opnieuw een geschikt repositiemanoeuvre worden uitgevoerd.

​

Wanneer de klachten ondanks herhaalde correcte manoeuvres blijven bestaan, is het belangrijk om de diagnose opnieuw te evalueren. Andere aandoeningen kunnen immers gelijkaardige positionele duizeligheidsklachten veroorzaken, zoals vestibulaire paroxysmie.

​

Bij complexe of therapieresistente BPPV, bijvoorbeeld bij aantasting van meerdere kanalen of wanneer klassieke manoeuvres onvoldoende effect hebben, kan in gespecialiseerde centra gebruik worden gemaakt van een mechanische repositioneringsstoel, zoals een Epley chair. Deze stoel maakt zeer nauwkeurige bewegingen rond meerdere lichaamsassen mogelijk en kan zowel voor de diagnostiek als voor de behandeling worden ingezet. Studies suggereren vooral een meerwaarde bij complexe en moeilijk behandelbare vormen van BPPV.

​

Slechts in uitzonderlijke gevallen, wanneer een duidelijk aangetoonde BPPV ondanks herhaalde behandelingen hardnekkig blijft bestaan, kan een chirurgische behandeling, zoals canal plugging, worden overwogen. Hierbij wordt het aangedane halfcirkelvormige kanaal chirurgisch afgesloten.

Officiële wetenschappelijke diagnostische criteria voor BPPV

​

1. BPPV van het posterieure kanaal – canalolithiasis (PC-BPPV-ca)

​

A. Recidiverende aanvallen van positionele vertigo of positionele duizeligheid, uitgelokt door te gaan liggen of door het omdraaien in rugligging.

​

B. De duur van de aanvallen bedraagt minder dan 1 minuut.

​

C. Het Dix-Hallpike-manoeuvre of het zijwaarts-liggende manoeuvre (Semont diagnostisch manoeuvre) lokt, na een latentie van één of enkele seconden, een typische positionele nystagmus uit. Deze bestaat uit een combinatie van:

  • een torsionele nystagmus, waarbij de bovenpool van de oogbol naar het onderliggende oor beweegt;

  • een opwaartse verticale nystagmus (upbeat nystagmus), gericht naar het voorhoofd.

De nystagmus duurt typisch minder dan 1 minuut.

​

D. De klachten kunnen niet beter worden verklaard door een andere aandoening.

​

2. BPPV van het horizontale kanaal – canalolithiasis (HC-BPPV-ca)

​

A. Recidiverende aanvallen van positionele vertigo of positionele duizeligheid, uitgelokt door te gaan liggen of door het omdraaien in rugligging.

​

B. De duur van de aanvallen bedraagt minder dan 1 minuut.

​

C. De laterale roltest in rugligging (supine roll test) lokt, na een korte latentie of zonder latentie, een positionele horizontale nystagmus uit. De nystagmus slaat bij het draaien van het hoofd naar rechts of links telkens naar het onderliggende oor (geotrope nystagmus) en duurt doorgaans minder dan 1 minuut.

​

D. De klachten kunnen niet beter worden verklaard door een andere aandoening.

​

3. BPPV van het horizontale kanaal – cupulolithiasis (HC-BPPV-cu)

​

A. Recidiverende aanvallen van positionele vertigo of positionele duizeligheid, uitgelokt door te gaan liggen of door het omdraaien in rugligging.

​

B. De laterale roltest in rugligging (supine roll test) lokt, na een korte latentie of zonder latentie, een positionele horizontale nystagmus uit. De nystagmus slaat bij het draaien van het hoofd naar rechts of links telkens naar het bovenliggende oor (apogeotrope nystagmus) en houdt langer dan 1 minuut aan.

​

C. De klachten kunnen niet beter worden verklaard door een andere aandoening.

​

Referentie:

von Brevern M, Bertholon P, Brandt T, et al. Benign paroxysmal positional vertigo: Diagnostic criteria: Consensus document of the Committee for the Classification of Vestibular Disorders of the Bárány Society. Journal of Vestibular Research. 2015;25(3–4):105–117. doi:10.3233/VES-150553.

© 2026
Powered and secured by Wix

bottom of page